Ondernemer
Houd regelmatig urenspecificatie bij
De Belastingdienst corrigeert jaarlijks regelmatig de ondernemersaftrek. Hoofdreden is dan vaak dat de ondernemer niet aannemelijk kan maken dat hij of zij voldoet aan het urencriterium. U doet er daarom verstandig aan om regelmatig een urenspecificatie van de werkzaamheden voor uw onderneming bij te houden. Uit de specificatie moet duidelijk zijn welke werkzaamheden zijn verricht en wanneer en hoeveel tijd daaraan is besteed. Ook moet er voldoende onderbouwing met bewijsstukken zijn. Uren kunnen bijvoorbeeld worden geregistreerd in een Excelbestand of een urenapp en met agenda’s, opdrachtovereenkomsten en facturen aannemelijk worden gemaakt.
Ook als u weinig omzet heeft gemaakt, kunt u toch aan het urencriterium voldoen door goed vast te leggen hoeveel tijd u heeft besteed aan niet direct factureerbare uren, zoals acquisitie, websitebeheer en social media.
Tip
Achteraf opgemaakte urenspecificaties zijn vaak te summier en onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken. Houd daarom regelmatig de urenspecificatie bij.
Stand van zaken aanpak schijnzelfstandigheid
De nieuwe opzet van de aanpak van schijnzelfstandigheid is een stapje dichterbij. Inmiddels heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst’ (voorheen: Vbar) aangenomen. Het rechtsvermoeden houdt in dat bij een uurtarief van € 38 of minder ervan wordt uitgegaan dat de arbeid in dienstbetrekking is verricht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het uurtarief was € 36, maar dit is inmiddels geïndexeerd. De indexatie van dit uurtarief vindt plaats op basis van de cao-loonontwikkeling in plaats van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon, zoals in het wetsvoorstel eerst was voorgesteld.
Voor de criteria voor het zelfstandig ondernemerschap wordt aangesloten bij de Zelfstandigenwet. Daartoe wordt dit wetsvoorstel verder uitgewerkt. De Tweede Kamer heeft erop aangedrongen dat dit wetsvoorstel nog voor het zomerreces wordt ingediend bij de Tweede Kamer.
Loket open nieuwe subsidie voor minder uitstoot melkveehouderijen
Vanaf 1 juni tot en met 29 juli 2026 komt de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) beschikbaar, waarmee u de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en de mestproductie op uw bedrijf kunt verlagen. U kiest er dan voor om 10 tot 20% minder koeien te houden ten opzichte van 2025. Hiervoor krijgt u gedurende 3 jaar een vergoeding op basis van de jaarlijkse inkomensderving als gevolg van de verlaging van de melkopbrengsten. De vergoeding is bepaald aan de hand van de melkopbrengst van een gemiddelde koe, inclusief de transactiekosten. Dit komt neer op € 1.606 per koe. Daarnaast krijgt u een vergoeding voor het bijbehorende fosfaatrecht dat wordt doorgehaald. Die bedraagt € 110 per recht en wordt in drie jaarlijkse termijnen uitbetaald. De fosfaatrechten verdwijnen definitief van de markt.
Tot slot leveren banken ook een bijdrage door rentekortingen te verlenen op nieuwe leningen voor boeren die willen investeren in verduurzaming op hun bedrijf.
Verplichte basisverzekering voor zelfstandigen
Veel zelfstandigen zijn nu niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Dat komt vooral doordat een dergelijke verzekering niet voor elke zelfstandige betaalbaar is. Met name bij chronische ziekte, medische aandoeningen in het verleden of bij een hogere leeftijd loopt de premie al gauw op. Het kabinet wil daarom een betaalbare verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering invoeren voor zelfstandigen, die een basisinkomen garandeert. Inmiddels is daartoe de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) ingediend bij de Tweede Kamer.
De verzekering is bedoeld voor ondernemers (met of zonder personeel) in de inkomstenbelasting die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Resultaatgenieters, directeur-grootaandeelhouders en meewerkende partners behoren niet tot de kring van verzekerden. De premie bedraagt 5,4% over de winst uit onderneming met een maximum van € 171 bruto per maand. De premie wordt in het jaar van betaling aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. De verzekering kent een wachttijd van 2 jaar. U moet dus de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid zelf opvangen bijvoorbeeld met eigen vermogen, een particuliere verzekering of een Broodfonds. Na de wachttijd krijgt u een gegarandeerde uitkering van maximaal het wettelijke minimumloon.
Let op
Heeft u al een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten? Dan hoeft u zich niet verplicht te verzekeren.
Start vrachtwagenheffing
Per 1 juli 2026 treedt de vrachtwagenheffing in werking. Dan betaalt u als eigenaar van een vrachtwagen of bestelauto belasting per gereden kilometer op bijna alle snelwegen en op sommige provinciale en gemeentelijke wegen. De heffing gaat gelden voor Nederlandse en buitenlandse wagens in de categorie N2 en N3 met een technische maximummassa van meer dan 3.500 kg. Het bedrag per kilometer hangt af van het gewicht en de CO2-uitstoot van de wagen: hoe lichter en hoe schoner de vrachtwagen is, hoe lager het bedrag per kilometer.
Voor vrachtwagens van 40 jaar of ouder geldt een ontheffing, mits deze alleen privé worden gebruikt. Voor elektrische vracht- en bestelwagens geldt een vrijstelling tot en met 4.250 kg. Deze vrijstelling wordt voor wagens met een Nederlands kenteken automatisch verleend.
Tolkastje
Om de vrachtwagenheffing mogelijk te maken moet u een tolkastje (boordapparatuur) aanschaffen van een door de RDW erkende aanbieder. Aanbieders die u kunt kiezen zijn: NedlLinq en EETS-aanbieders. Eerstgenoemde is alleen in Nederland actief, biedt geen extra diensten aan en geen extra kosten (alleen borg voor het tolkastje). Laatstgenoemde aanbieders zijn actief in meerdere landen en bieden wél extra diensten en waarschijnlijk extra kosten. Als u zich aanmeldt bij een aanbieder heeft u de volgende gegevens nodig:
- de technische maximummassa (van de combinatie);
- de CO2-emissieklasse;
- euro-emissieklasse (als de vrachtwagen in de CO2-emissieklasse 1 valt).
Het tolkastje moet in Nederland altijd aanstaan, óók op wegen waar geen vrachtwagenheffing geldt. Het tolkastje kan uit als de vrachtwagen geparkeerd is.
Hoeveel gaat u betalen?
De aanbieder van het tolkastje berekent de vrachtwagenheffing aan de hand van de gegevens over het aantal afgelegde kilometers op de wegen met vrachtwagenheffing en brengt dit aan u in rekening. De inkomsten van de vrachtwagenheffing draagt hij/zij af aan de overheid. Op de website van de RDW vindt u onder meer de tarieven en verplichtingen.
Na de start van de vrachtwagenheffing vervalt de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor vrachtwagens tot 12.000 kg. Daarna zouden de tarieven voor de mrb voor zwaardere vrachtwagens worden verlaagd. Maar door de crisis in het Midden-Oosten gaat het mrb-tarief voor deze vrachtauto’s tot het einde van het jaar eerst naar nihil vanaf het eerste tijdvak dat begint na 1 juli 2026. U bent altijd mrb verschuldigd over een tijdvak van 3 maanden. Eindigt het lopende tijdvak na 1 juli 2026, dan geldt het nihiltarief dus vanaf het volgende tijdvak. Eindigt een tijdvak na het einde van het jaar? Dan loopt het nihiltarief door tot het einde van het tijdvak. Na het tijdelijke nihiltarief moet er maatwerk komen binnen de vrachtwagenheffing.
Nu al bzm terugvragen
Met de invoering van de vrachtwagenheffing stopt vanaf 1 juli 2026 het Eurovignet voor het vrachtwagenverkeer op de Nederlandse autosnelwegen. In Zweden en Luxemburg is een Eurovignet na 1 juli a.s. nog wel verplicht voor vrachtauto’s. Heeft u een Eurovignet dat na 30 juni 2026 nog geldig is? Dan kunt u nu al de betaalde belasting zware motorrijtuigen (bzm) terugvragen met het formulier Verzoek teruggaaf bzm. De aanvraag kost € 25. Dit wordt in mindering gebracht op het bedrag van de teruggaaf. U krijgt binnen 6 tot 8 weken de beslissing van de Belastingdienst.
Halvering motorrijtuigenbelasting bestelauto’s
Als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten zijn de brandstofprijzen enorm gestegen. Daarom heeft het kabinet maatregelen getroffen om de impact van die crisis te beperken. Een van de maatregelen betreft de halvering van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers vanaf 1 juli 2026. De maatregel duurt tot het einde van het jaar. Het aangepaste tarief staat vanaf 1 juli 2026 in het hulpmiddel Motorrijtuigenbelasting berekenen.
DGA
Binnenkort volledig digitaal vergaderen
De algemene vergadering van een privaatrechtelijke rechtspersoon moet op grond van de huidige regels fysiek plaatsvinden in de plaats die in de statuten wordt vermeld of in de gemeente waar de rechtspersoon haar zetel heeft. U kunt wel in de statuten opnemen dat vergadergerechtigden via een elektronisch communicatiemiddel (videobellen of conferencecall) aan de algemene vergadering kunnen deelnemen. In dat geval is er sprake van een hybride vergadering, waarbij zowel fysiek als op afstand deelgenomen kan worden aan de algemene vergadering. Volledig digitaal vergaderen is nu nog niet mogelijk, maar dat gaat binnenkort (waarschijnlijk al vanaf 1 juli 2026) veranderen, als ook de Eerste Kamer hiermee instemt. De algemene vergadering kan dan volledig digitaal worden gehouden, mits de statuten hierin voorzien en hiervoor draagvlak is bij de meerderheid van de vergadergerechtigden met stemrecht. Daarnaast moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- De digitale vergadering moet een volwaardig alternatief zijn voor een fysieke vergadering.
- Net als bij een fysieke vergadering moeten de vergadergerechtigden de gelegenheid hebben om vragen te stellen die het bestuur naar beste weten moet beantwoorden;
- De vergadergerechtigden moeten kunnen deelnemen met beeld én geluid, zoals videobellen. Het gebruik van een telefoonverbinding of een conferencecall is niet meer voldoende;
- De vergadergerechtigden moeten kunnen deelnemen aan de beraadslaging. Het enkel kennisnemen van de beraadslaging via een live-uitzending volstaat niet meer.
U mag in de statuten aanvullende voorwaarden opnemen. Daarnaast moeten de vergadergerechtigden – net als onder het huidige recht – via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd en hun stemrecht kunnen uitoefenen.
Oproeping
Vergadergerechtigden kunnen onder het huidige recht alleen met een digitaal bericht worden opgeroepen voor de algemene vergadering als zij daarmee hebben ingestemd. Is dat niet gebeurd, dan moeten zij per post worden opgeroepen. Zodra het volledig digitaal vergaderen van kracht wordt kunnen vergadergerechtigden altijd digitaal worden opgeroepen, tenzij de statuten anders bepalen. In de oproeping voor een (deels) digitale vergadering moet ook informatie staan over de procedure voor de digitale deelname aan de vergadering en over het uitoefenen van het stemrecht.
Overgangsrecht
Er is voorzien in een overgangsregeling. Vanaf de inwerkingtreding mag u bijvoorbeeld nog een jaar volgens de huidige regels vergaderen. Denk aan vergaderen via conferencecall in plaats van een audiovisueel communicatiemiddel. Faciliteren de statuten nu al digitale deelname aan een vergadering? Dan worden die statutaire bepalingen na inwerkingtreding van het volledig digitaal vergaderen als een verwijzing gezien naar de nieuwe regels. Is het bijvoorbeeld nu mogelijk om hybride te vergaderen, dan worden de statuten na inwerkingtreding geacht volledig digitaal vergaderen te faciliteren.
Bestuurders: zijn de statuten al aangepast?
Sinds 1 juli 2021 zijn de regels voor het bestuur en toezicht van verenigingen, stichtingen, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappijen aangepast. De meest in het oog springende wijziging betrof de aansprakelijkheid van bestuurders. Elk bestuurslid (of commissaris) moet altijd het belang van de vereniging (stichting etc.) dienen. Als dat niet gebeurt en er gaat iets mis, is elk bestuurslid (commissaris) persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dus dat niet alleen het bestuurslid (commissaris) dat (die) zich niet aan de regels heeft gehouden aansprakelijk is, maar ook de andere bestuurders (commissarissen).
Daarnaast kan de curator bij een faillissement u als bestuurder aansprakelijk stellen voor het tekort in faillissement als het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hiervan is onder meer sprake als de vereniging (stichting etc.) niet voldoet aan de administratieverplichtingen.
Einde overgangstermijn nadert!
Zet u zich als bestuurslid in voor een vereniging of stichting? Weet dan dat er bij de inwerkingtreding van de nieuwe regels een uiterste datum is gesteld waarop de statuten moeten zijn aangepast aan de nieuwe regels voor bestuur en toezicht. Die datum komt er nu snel aan, namelijk 1 juli 2026. Als de statuten dan niet voldoen aan de nieuwe regels, kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor u als bestuurslid. Controleer daarom de statuten van uw vereniging of stichting, maak goede heldere afspraken en leg deze goed vast. Zo beperkt u de risico’s voor u als bestuurder, zodat u met een gerust hart uw bestuurswerk kunt voortzetten.
Werkgevers en werknemers
Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding
Een van de maatregelen die het kabinet heeft getroffen om de gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten te ondervangen is een verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De verhoging geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. U krijgt als werkgever daarmee meer fiscale ruimte, maar u bent niet altijd verplicht om de hogere vergoeding toe te passen. Dat kan wel aan de orde zijn op basis van een arbeidsovereenkomst of cao. Volgens de berekeningen van het kabinet leidt de hogere reiskostenvergoeding tot een voordeel van circa € 0,30 per liter brandstof.
Praktische uitwerking
In de praktijk betekent een hogere reiskostenvergoeding, hogere loonkosten. Tegelijkertijd kan de maatregel ook worden ingezet binnen een cafetariaregeling. Voor uw werknemers levert de verhoging op jaarbasis een merkbaar voordeel op, zeker bij langere woon-werkafstanden. De terugwerkende kracht over heel 2026 kan bovendien leiden tot correcties in de salarisadministratie. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat u hiervoor een correctiebericht kunt indienen. Dat is het geval als u meer dan € 0,23 belast heeft vergoed.
Tip
Controleer daarom eerst hoe u de reiskostenvergoedingen hebt verwerkt in uw administratie. Kijk niet alleen naar de fiscale ruimte van € 0,25, maar ook naar arbeidscontracten en eventuele cao-afspraken. Voorkom dat u achteraf moet corrigeren doordat beleid en uitvoering niet op elkaar aansluiten.
Nog 1 x tijdig kilometers rapporteren?
Heeft u 100 of meer werknemers? Dan bent u sinds 1 juli 2024 verplicht om jaarlijks de gegevens van de zakelijke kilometers en de woon-werkkilometers van uw werknemers te verzamelen en via een digitaal formulier te rapporteren aan de RVO. De deadline voor het aanleveren van deze gegevens over 2025 is 30 juni 2026. Op het formulier rapporteert u de kilometers per vervoermiddel en per brandstoftype, waarbij u onderscheid maakt tussen woon-werkverkeer en zakelijk verkeer. Na het invoeren van deze gegevens berekent het systeem de CO2-uitstoot voor zowel het woon-werkverkeer als de zakelijke mobiliteit. Zodra het formulier is ingediend, genereert het systeem een rapport met een samenvatting van de gegevens en de berekende CO2-uitstoot.
Wijziging voor mkb-ondernemers
Dit is mogelijk de laatste keer dat u aan deze rapportageplicht moet voldoen. Er is namelijk een wijzigingsbesluit gepubliceerd, waarin deze jaarrapportageverplichting met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 wordt beperkt tot werkgevers met 250 of meer werknemers.
Raadpleeg uw werknemers voor uw arbobeleid
Sinds eind januari jl. is de Arbowet onder meer gewijzigd met betrekking tot de inspraak en rechten van werknemers. Het gaat hierbij om het recht om voorstellen te doen over de veiligheid en gezondheid op het werk. Als werkgever moet u nu de belanghebbende werknemers raadplegen bij het arbeidsomstandighedenbeleid en de uitvoering daarvan. Ook kleine ondernemers die vanwege de beperkte omvang geen OR of personeelsvertegenwoordiging hebben, moeten hieraan voldoen. Kon u voorheen volstaan met overleggen over het arbobeleid, nu gaat het daadwerkelijk om het raadplegen van belanghebbende werknemers. De punten waarover u onder meer met hen moet spreken zijn:
- de aanwijzing van bedrijfshulpverleners (BHV’ers);
- de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);
- de inschakeling van interne en externe deskundigen (zoals de preventiemedewerker en bedrijfsarts);
- de aanwijzing van de arbodienst.
Daarnaast moet u uw werknemers actief informeren over de arborisico’s van het werk. Dat was overigens al een belangrijk punt dat voortkwam uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), maar is nu nog scherper neergezet in de nieuwe wet. De belanghebbende werknemers hebben het recht om voorstellen te doen. Het is belangrijk dat de gemaakte afspraken goed worden vastgelegd en daarna ook worden geactualiseerd bij wijzigingen.
Tip
Heeft u een kleinere onderneming? Zet het arbobeleid als vast onderwerp op de agenda tijdens het reguliere werkoverleg. Hierdoor zijn álle werknemers op de hoogte. Belangrijk is om tijdens elk overleg een ander aspect vanuit het arbobeleid onder de loep te nemen. U kunt dan de arborisico’s toelichten. Zo betrekt u de werknemers bij preventie, veiligheid en gezondheid op hun werk.
Aftrekbaarheid afkoopsom leasecontract auto
Heeft u aan een werknemer een leaseauto ter beschikking gesteld? Dan doet u er verstandig aan om ook schriftelijke afspraken te maken over de eigen bijdrage en de afkoopsom van het leasecontract. De vraag die daarbij vaak opkomt is of de afkoopsom van een leasecontract aftrekbaar is van de bijtelling als eigen bijdrage voor privégebruik van de auto van de zaak. De Belastingdienst stelt 5 cumulatieve voorwaarden waaronder aftrek (deels) mogelijk is:
1. Er is schriftelijk overeengekomen dat de afkoopsom een bijdrage is voor privégebruik.
2. De afspraak heeft realiteitswaarde.
3. De afkoopsom wordt betaald uit het nettoloon.
4. De afkoopsom wordt betaald aan de werkgever (niet de leasemaatschappij).
5. De bijtelling wordt door de aftrek niet minder dan nul.
Let op
Voor het vorenstaande geldt dat de feitelijke situatie telt! Een schriftelijke afspraak dat de afkoopsom ‘voor privégebruik’ is, is niet voldoende als deze afspraak niet overeenkomt met de praktijk.
Een afspraak waarbij de afkoopsom ook verschuldigd is als de werknemer de auto niet privé gebruikt, heeft volgens de Belastingdienst geen realiteitswaarde. Dit betekent dat de afkoopsom alléén in mindering kan worden gebracht op de bijtelling voor zover deze daadwerkelijk betrekking heeft op het privégebruik van de auto. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad, de hoogste belastingrechter.
Tip
Leg afspraken over eigen bijdragen en afkoopsommen duidelijk vast en zorg voor een sluitende rittenregistratie. Zo voorkomt u verrassingen bij een fiscale controle.
Meer zekerheid voor flexwerkers
Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen vanaf 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Uitzendkrachten krijgen al vanaf 1 januari 2027 recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers. Dit staat in het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’, dat onlangs door de Tweede Kamer is aangenomen. Bij amendement is aanvullend bepaald dat uitzendkrachten recht krijgen op loondoorbetaling bij ziekte, ook als zij een uitzendbeding hebben en dit niet via een cao is geregeld. In de huidige abu cao is dit al geregeld, maar deze is niet (meer) algemeenverbindend.
Ook worden oproepcontracten vervangen door contracten met een minimum- en maximumaantal uren (bandbreedtecontracten). Hierbij geldt een uitzondering voor bijbanen van studenten en scholieren van maximaal 16 uren en voor AOW-gerechtigden met een nulurencontract. Voor het overige worden tijdelijke contracten alleen bedoeld voor tijdelijk werk. Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller een vaste baan krijgen. Nu kunt u als werkgever na 3 tijdelijke contracten en een pauze van 6 maanden, opnieuw tijdelijke contracten aan dezelfde werknemer aanbieden. Dit wordt tegengegaan door de termijn van 6 maanden te verhogen naar 3 jaar. Hierop zijn slechts beperkt uitzonderingen toegestaan in een cao.
Tip
Maakt u gebruik van flexwerkers? Inventariseer dan alvast welke gevolgen deze nieuwe regels zullen hebben voor uw organisatie.
Elke belastingbetaler
Toch herverdelen box-3-vermogen na collectieve uitspraak
Hebben u en uw fiscaal partner meegedaan aan de massaalbezwaarprocedure tegen de box-3-heffing? Dan kan het volgende voor u van belang zijn. De Hoge Raad – de hoogste belastingrechter – stelde de Belastingdienst in deze procedure in het ongelijk. De Raad doet in een massaalbezwaarprocedure één collectieve uitspraak die de inspecteur van de Belastingdienst moet uitwerken in de individuele aanslagen van de belastingplichtigen die meededen aan de procedure. Deze belastingplichtigen krijgen dus box-3-heffing terug. Daarna hebben zij geen verweermogelijkheden meer tegen de box-3-heffing in de opgelegde aanslag inkomstenbelasting.
Toch herverdelen
Toch kan de uitkomst van de procedure aanleiding zijn om het box-3-vermogen anders tussen u en uw partner te verdelen. De Hoge Raad heeft onlangs laten weten dat u ook na een collectieve uitspraak toch het box-3-vermogen tussen u en uw partner mag herverdelen. Daar is wel een termijn aan verbonden: binnen zes weken nadat u de aanslag van de Belastingdienst heeft ontvangen.
Opname ‘pensioenbedrag ineens’ weer uitgesteld
Drie jaar na de invoering van de Wet toekomst pensioenen zou het op 1 juli 2026 dan eindelijk mogelijk worden om als pensioengerechtigde eenmalig 10% van het pensioenkapitaal af te kopen. Dit zou dan ook gelden voor de bij de eigen bv ondergebrachte lijfrenten, die als tegenprestatie bij de overdracht van een onderneming zijn ontstaan. Maar helaas, de invoering is opnieuw uitgesteld. Dit keer zelfs tot 1 januari 2029. De reden voor het uitstel is dat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een groot beslag legt op de beschikbare capaciteit bij pensioenuitvoerders.
Het uitstel betekent dat als u eerder dan 1 januari 2029 met pensioen gaat, u geen gebruik kunt maken van deze afkooprechten. Ook niet met terugwerkende kracht.
Nieuwe rekeningnummers voor de Belastingdienst
Sinds 1 mei 2026 is de Rabobank de nieuwe huisbank van de Belastingdienst (en de Dienst Toeslagen). Tot dan toe was dat de ING. Door de overstap zijn de rekeningnummers gewijzigd. U moet dus betalingen aan de Belastingdienst naar een ander rekeningnummer overmaken. Het meest gebruikte nieuwe Rabo-rekeningnummer is: NL04 RABO 0200 112244. Sommige belastingen hebben een ander nieuw rekeningnummer bij de Rabobank. Na 1 mei 2026 per abuis betaalde belastingbedragen op het oude ING-rekeningnummer worden nog een jaar lang doorbetaald aan de Belastingdienst. De Belastingdienst vermeldt het nieuwe Rabo-rekeningnummer in de betaalinformatie die u digitaal of per post ontvangt, bijvoorbeeld bij een belastingaanslag. Daarnaast moet u als u zelf periodieke boekingen heeft ingesteld, bijvoorbeeld voor termijnen van een betaalregeling, het rekeningnummer in de periodieke overboeking aanpassen.
Tip
Verwerk het nieuwe rekeningnummer direct in uw administratie, zodra u hierover bericht ontvangt van de Belastingdienst. Zo voorkomt u foutieve betalingen.
Pakketjes van buiten EU worden duurder
Koopt u als consument producten uit niet-EU-landen tot een bedrag van € 150, dan hoeft u daarover geen invoerrechten te betalen. Daarvan wordt massaal gebruik gemaakt: in 2024 kwamen er 1,2 miljard pakketten binnen van buiten de EU. Om de import van deze goedkope producten uit met name China te ontmoedigen, te reguleren en beter te controleren wordt deze vrijstelling tot € 150 per 1 juli 2026 afgeschaft en vervangen door een nieuwe heffing van invoerrechten. Dan betaalt u namelijk € 3 voor kleine afstandsverkopen van maximaal € 150 van buiten de EU. De invoerrechten van een pakketje met dezelfde producten bedragen dan € 3. Maar voor een pakketje met drie verschillende producten betaalt u dan al € 9 aan invoerrechten. Het tarief van € 3 geldt tot 1 juli 2028. Ook Frankrijk, België en Luxemburg hebben invoerrechten op kleine pakketjes uit niet-EU-landen ingevoerd. Zo wordt voorkomen dat de heffing van invoerrechten wordt ontlopen, doordat pakketjes via een ander omringend land Europa binnenkomen. Naast de tariefmaatregel worden ook strengere regels ingevoerd voor de leveranciers uit de niet-EU-landen. Al met al worden zo ook de Europese ondernemingen beter beschermd tegen de concurrentie van goedkope producten van – met name – Chinese webshops.
Let op
Uiterlijk vanaf 1 november 2026 komt bovenop de heffing van € 3 waarschijnlijk nog een extra Europese heffing van € 2. Deze heffing geldt voor afstandsverkopen ongeacht de waarde ervan. Dan wordt het tarief voor een klein pakketje van buiten de EU dus ten minste € 5.



