Tips voor de ondernemer
Tijdig aan- en afmelden voor de KOR
Heeft u een jaaromzet van niet meer dan € 20.000 (excl. btw)? Dan kunt u gebruikmaken van de kleineondernemersregeling (KOR). U hoeft dan geen btw af te dragen, maar u heeft ook geen recht op aftrek van de btw die aan u in rekening is gebracht. Past u de KOR al toe en wilt u dit ook blijven doen na 1 januari 2027? Dan hoeft u geen actie te ondernemen om de KOR voort te zetten. Wilt u vanaf 1 januari 2027 geen gebruik meer maken van de KOR? Dan kunt u zich hiervoor online afmelden in Mijn Belastingdienst Zakelijk tussen 1 oktober en 3 december 2026. Past u de KOR nu niet toe, dan kunt u zich in deze periode online aanmelden in Mijn Belastingdienst Zakelijk voor toepassing van de KOR per 1 januari 2027.
Eerder verplicht afmelden
Komt u in het kalenderjaar met uw omzet boven de omzetgrens van € 20.000? In dat geval moet u zich direct afmelden voor de KOR. De omzet aan btw-vrijgestelde diensten (met uitzondering van de levering en verhuur van onroerende zaken en financiële diensten op het gebied van betaalmiddelen, kredietverlening en verzekeringen) tellen niet mee voor de omzetgrens. Maar de omzet van leveringen aan buitenlandse afnemers waarop u het 0%-tarief heeft toegepast, telt bijvoorbeeld wel mee. Na het afmelden valt uw (overige) omzet in de btw-heffing. U moet dan btw afdragen en btw-aangifte doen. Dat geldt ook al voor de levering of dienst, waarmee u de omzetgrens heeft overschreden. U krijgt vanaf dat moment ook weer btw-aftrekrecht voor zover u belaste leveringen en diensten verricht.
Tip
Bent u een zeer kleine btw-ondernemer met een jaaromzet tot € 2.200? Dan valt u automatisch onder de KOR en bent u dus niet verplicht om u daarvoor aan te melden. Denk hierbij aan vrijwilligers en zonnepaneelhouders.
Bedrijfsruimte of middenstandsbedrijfsruimte – maakt het iets uit?
Jazeker, bij de verhuur van bedrijfsruimtes is het onderscheid tussen middenstandsbedrijfsruimte en overige bedrijfsruimte zelfs cruciaal. Dit onderscheid bepaalt namelijk onder meer de mate van huurbescherming – en daarmee de rechtspositie van zowel de huurder als de verhuurder. Elk van deze bedrijfsruimtes kent zijn eigen regels. In de praktijk wordt het onderscheid in eerste instantie bepaald aan de hand van de feitelijke activiteiten die vanuit het gehuurde worden verricht. In het Burgerlijk Wetboek vindt u een opsomming van die activiteiten voor middenstandsbedrijfsruimtes. Maar die biedt niet altijd een sluitend antwoord.
Afspraken tussen partijen
De hoogste rechter, de Hoge Raad, heeft in het voorjaar verduidelijkt dat ook de afspraken tussen partijen zelf van groot belang zijn voor de kwalificatie als middenstandsbedrijfsruimte of overige bedrijfsruimte. Huurder en verhuurder kunnen er namelijk bewust voor kiezen om de regels voor middenstandsbedrijfsruimte van toepassing te verklaren, zelfs als de feitelijke activiteiten daar niet onder vallen. Als dit uitdrukkelijk in de huurovereenkomst is vastgelegd, moet die keuze worden gerespecteerd. Hiermee accepteert de verhuurder een uitgebreidere huurderbescherming voor de huurder. Let op: de regels die gelden voor middenstandsbedrijfsruimtes zijn van semi-dwingend recht; u kunt hier dus niet ten nadele van de huurder van afwijken.
In de meeste gevallen kunt u niet kiezen voor de regels van overige bedrijfsruimtes met zeer beperkte huurbescherming, wanneer het pand eigenlijk valt onder de regels voor een middenstandsbedrijfsruimte met een uitgebreidere huurbescherming.
Kwalificatie met gevolgen
De gekozen kwalificatie heeft direct gevolgen voor de opzeggingsmogelijkheden, huurprijsbescherming, contractduur en verlengingsrechten. Een onjuiste of onduidelijke regeling kan leiden tot aanzienlijke juridische onzekerheid en procedures achteraf. Analyseer daarom goed of de feitelijke exploitatie wel aansluit bij het beoogde regime. Leg expliciet en ondubbelzinnig vast welk regime van toepassing is en laat toetsen of een afwijking juridisch houdbaar is.
Tip
Let hier ook op als de activiteiten van de huurder wijzigen. Als u dit als verhuurder toestaat, kan het type overeenkomst, en daarmee de huurbescherming, wijzigen zonder dat u het doorheeft.
Mag uw bestelauto de zero-emissiezone nog in?
Momenteel hebben 19 gemeenten en Schiphol zero-emissiezones ingevoerd. Steeds meer gemeenten gaan dat de komende jaren doen. Waar de zero-emissiezones zijn en komen kunt u vinden op ‘Op weg naar ZES’. In deze zones worden bestel- en vrachtauto’s die rijden op fossiele brandstoffen stapsgewijs geweerd. Nu mogen bestelauto’s met emissieklasse 4 of lager de zero-emissiezones niet meer in. Ook nieuwe bestel- en vrachtauto’s die vanaf 2025 op kenteken zijn gezet, moeten uitstootvrij zijn om de zones in te mogen.
Vanaf 1 januari 2027 komt daar de bestelauto met emissieklasse 5 (N1 en N2 voertuigen met een toegestane maximum massa van 3.500 kg) bij. Heeft u een bestelauto in deze emissieklasse? Dan heeft u inmiddels waarschijnlijk een brief ontvangen van de RDW, waarin u wordt geattendeerd op het feit dat u met deze bestelauto vanaf 2027 geen toegang meer heeft tot de zero-emissiezones. U heeft nog tot het einde van het jaar de tijd om na te gaan of u de bestelauto moet vervangen, dan wel een logistieke aanpassing of een ontheffing nodig is. Een ontheffing kunt u aanvragen bij de RDW. Ontheffing is bijvoorbeeld mogelijk als u de bestelauto ook privé gebruikt of als het aankopen of leasen van een elektrische bestelauto niet haalbaar is. Een dagontheffing voor eenmalige toegang kunt u direct online regelen.
Tip
Moet u als ondernemer regelmatig in binnensteden leveren of werken? Dan zult u oplossingen moeten bedenken voor het omgaan met (steeds meer) zero-emissiezones. Maak daarbij gebruik van het gratis advies van gemeenten. Zij adviseren niet alleen over aanschaf en lease van elektrische bestelauto’s, maar ook over andere oplossingen zoals het aanpassen van routes, het laden via stadshubs of samenwerkingsmogelijkheden.
Check Register incassodienstverlening bij inschakelen incassobureau
Incassodienstverleners moeten ingeschreven zijn in het Register incassodienstverlening van Justis om buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te mogen verrichten. Een niet-geregistreerde (of geschorste) incassodienstverlener handelt onbevoegd. Vanaf 1 oktober 2026 heeft dit tot gevolg dat de schuldenaar geen incassokosten en oplopende rente hoeft te betalen. De schuldenaar moet wel de oorspronkelijke schuld betalen. Het betalingsverzoek moet uitdrukkelijk informatie over de incassodienstverlener bevatten en zijn/haar registratienummer. Zo kan de schuldenaar nagaan of de incassodienstverlener is geregistreerd.
Let op: gerechtsdeurwaarders en incassoadvocaten staan niet in dit register. Zij zijn hiervan vrijgesteld omdat zij al aan strenge kwaliteitseisen moeten voldoen en zijn geregistreerd in hun eigen beroepsregisters.
Tip
Wilt u een incassobureau inschakelen? Check dan eerst even of het bureau geregistreerd is in het Register incassodienstverlening.
Aanvraagloket Energiebesparingslening mkb open
Duurzaam ondernemen wordt steeds belangrijker. U overweegt misschien ook om uw mkb-bedrijf te verduurzamen, maar de financiering daarvoor rond krijgen is niet eenvoudig. Dat kan mogelijk wel sinds op 1 oktober jl. de nieuwe MKB Energiebesparingsleningis opengesteld. U kunt per locatie zonder onderpand tussen de € 10.000 en € 250.000 lenen voor energiebesparende maatregelen. De rente is marktconform en staat de gehele looptijd vast. U betaalt de lening in maximaal 7 jaar terug. U komt voor de MKB Energiebesparingslening in aanmerking als uw bedrijf:
- jaarlijks minimaal 10.000 kWh elektriciteit of 5.000 m3 aardgas gebruikt;
- in Nederland is gevestigd en hier een groot deel van het werk verricht;
- investeert in maatregelen die op de lijst van de MKB Energiebesparingslening staan;
- twee jaarrekeningen kan overleggen, zodat kan worden beoordeeld of de lening kan worden terugbetaald;
- de maatregelen uitvoert op een locatie in Nederland;
- binnen 18 maanden na de goedkeuring van de lening start met de maatregelen.
U leent maximaal 100% van de kosten van de maatregelen op de hiervoor genoemde lijst. Daarvan mag u 50% gebruiken voor extra werk dat nodig is. Denk aan sloopwerk of aanpassingen die nodig zijn om de energiebesparende maatregelen te kunnen uitvoeren. U vraagt de lening aan bij de RVO. Het loket is open tot en met vrijdag 11 december 2026.
Tips voor de DGA / bestuurder
Let op lijfrente bij overdracht IB-onderneming aan bv
Stel, u heeft uw onderneming overgedragen aan uw zoon. Hij heeft uw onderneming voortgezet in de vorm van een eenmanszaak. U heeft destijds een lijfrente bij hem bedongen. De zaken zijn goed gegaan en uw zoon wil zijn onderneming inbrengen in een bv. Bij deze stap vraagt de lijfrenteverplichting aandacht. De lijfrente verlaat namelijk de onderneming van de oorspronkelijke voortzettende ondernemer (uw zoon). Strikt genomen is dat een verboden handeling, met fiscale gevolgen voor u. Maar er is een escape. U kunt deze fiscale gevolgen namelijk voorkomen door een verzoek in te dienen bij de inspecteur van de Belastingdienst om de lijfrente over te dragen aan de bv van uw zoon.
Check de stand van uw rekening-courant
De Belastingdienst controleert regelmatig de zakelijkheid van een rekening-courant bij de eigen bv. Uw aangifte voor de inkomstenbelasting en die van uw bv voor de vennootschapsbelasting worden daarbij beoordeeld in onderlinge samenhang. De rekening-courantverhouding met uw bv kan als onzakelijk worden aangemerkt als niet aannemelijk is dat u de schuld aan uw bv ooit aflost. Er heeft dan een definitieve vermogensverschuiving plaatsgehad van uw bv naar u, waarvan u en uw bv zich bewust waren. De rekening-courant vormt dan een verkapte winstuitdeling, waarover u box-2-belasting verschuldigd bent. Laat de rekening-courant dus niet te hoog oplopen!
Tips voor werkgevers en werknemers
Vergoeden kosten elektra en laadpaal bij de woning
Wilt u als werkgever een laadpaal bij de woning van de werknemer laten plaatsen of hiervoor een vergoeding geven? Dan moet u onderscheid maken tussen enerzijds een elektrische auto van de zaak, waarmee al dan niet meer of minder dan 500 km privé wordt gereden en anderzijds een privéauto van de werknemer. Dit onderscheid maakt u ook ten aanzien van het vergoeden van de verbruikte elektriciteit voor de auto.
Vergoeden kosten laadpaal en elektra auto van de zaak
Rijdt de werknemer meer dan 500 km privé met de elektrische auto van de zaak? Dan geldt de bijtelling privégebruik auto. In dat geval is de vergoeding of verstrekking verwerkt in de waarde van dat privégebruik. U hoeft dan dus geen rekening te houden met een extra bedrag aan loon (in natura).
Rijdt de werknemer minder dan 500 km privé met de auto van de zaak, dan is de laadpaal bedoeld voor zakelijk gebruik. Ook dan is de vergoeding of de verstrekking van de laadpaal geen loon voor de werknemer.
Wilt u ook een vergoeding geven voor de werkelijke elektriciteitskosten die de werknemer maakt voor de auto van de zaak? Ook dan is dit geen loon. Dit zijn intermediaire kosten die u daarom onbelast kunt vergoeden. In plaats van het vergoeden van de werkelijke kosten, kunt u er ook voor kiezen om een onbelaste zakelijke afspraak met de werknemer te maken. Een afspraak is zakelijk als het tarief in combinatie met de duur van het contract marktconform is. Daarbij moet u kijken naar de energiemarkt op het moment van het maken van de afspraak. Een vaste onbelaste vergoeding per kWh is alleen mogelijk als u aannemelijk kunt maken dat de vergoeding gelijk is aan de integrale kostprijs die de werknemer is verschuldigd aan zijn/haar energiemaatschappij.
Privéauto werknemer
Laat u een laadpaal bij de werknemer thuis plaatsen voor de eigen auto of vergoedt u de kosten hiervan? Dan mag dit onbelast, zolang dit past binnen de onbelaste vergoeding van maximaal € 0,25 per kilometer. Vergoedingen of verstrekkingen die u naast € 0,25 per kilometer betaalt, zijn loon. Dit geldt ook voor de elektriciteit voor de auto en eventuele aanpassingen, zoals een extra groep in de meterkast en een meter om het verbruik te meten. U kunt dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon ten laste van de vrije ruimte, mits aan de gebruikelijkheidseis is voldaan.
Fiscaalvriendelijk sinterklaasgeschenk
Wilt u uw personeel een cadeau of lekkernij schenken met Sinterklaas? In dat geval heeft u twee opties. U kunt de kosten (waarde in het economisch verkeer) als loon verlonen of als eindheffingsloon aanwijzen en ten laste van de vrije ruimte brengen. Als de attentie is aan te merken als een klein geschenk, wordt ervan uitgegaan dat dit geen loon is en kunt u de attentie belastingvrij verstrekken. Aan deze kleinegeschenkenregeling zijn wel voorwaarden verbonden. Zo mag de factuurwaarde niet hoger zijn dan € 25, waarbij eventuele bezorgkosten niet meetellen als die kosten op de factuur zijn gespecificeerd, of apart zijn gefactureerd. Ook mag de attentie geen geld of waardebon zijn en moeten ook anderen in een dergelijke situatie een persoonlijke attentie geven.
Geen ‘klein geschenk’
Volgens de Belastingdienst is dit laatste bij een chocoladeletter niet het geval. De Belastingdienst vindt een chocoladeletter geen persoonlijke attentie en de verjaardag van Sinterklaas geen gelegenheid, waarbij anderen ook zo’n attentie zouden geven. Meerdere of alle werknemers krijgen immers een letter en u geeft deze niet voor een persoonlijke aangelegenheid van de werknemer. De chocoladeletter valt daarom niet onder de kleinegeschenkenregeling. Geeft u uw werknemers de chocoladeletter op de werkplek? Dan valt de letter onder een nihilwaardering.
Tip
Heeft u nog ongebruikte vrije ruimte in 2026? Dan is een sinterklaascadeau misschien een mooie gelegenheid om hiermee iets te doen.
Voorkom werkstress
Uw medewerkers moeten veilig en gezond kunnen werken. Daarom is de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) er. Hierin staat onder meer dat u als werkgever een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) moet uitvoeren. De RI&E brengt bekende onderwerpen in beeld, zoals fysieke belasting, persoonlijke beschermingsmiddelen en lawaai. Een onbekender onderdeel zijn de psychosociale arbeidsrisico’s; de psychosociale arbeidsbelasting genoemd ofwel werkstress. Hieronder vallen te hoge werkdruk, seksuele intimidatie, pesten, discriminatie, agressie en geweld. Deze factoren kunnen verzuim, uitval en lagere productiviteit van medewerkers veroorzaken. Als werkgever kunt u maatregelen treffen tegen werkstress. Een aantal voorbeelden:
- Stel een gedragscode inzake (on)gewenste omgangsvormen op.
- Stel een vertrouwenspersoon aan.
- Doe onderzoek naar de oorzaken van werkdruk binnen uw bedrijf.
- Geef voorlichting aan uw medewerkers over werkstress (zoals te hoge werkdruk) en de mogelijke consequenties daarvan.
De Nederlandse Arbeidsinspectie gaat de komende jaren de RI&E en het onderdeel werkstress serieus controleren tijdens haar inspecties.
Tip
Wilt u zich hier als werkgever extra in verdiepen? Dan kunt u bijvoorbeeld een zelfinspectie laten uitvoeren door de Nederlandse Arbeidsinspectie, waar een rapport en actiepunten uit voortkomen.
Vraag WW aan bij onwerkbaar weer
Na een extreem droge en warme zomer, kan er ook de komende winter zich extreem weer voordoen. Kunnen uw werknemers niet werken door slecht weer? Weet dan dat u in aanmerking kunt komen voor WW bij onwerkbaar weer. De uitkering bedraagt dan 75% van het loon. Als het onwerkbare weer langer duurt dan 2 maanden, wordt de WW-uitkering 70%. In de meeste cao’s staat dat de werkgever de uitkering aanvult tot 100%. Van onwerkbaar weer is sprake bij vorst, ijzel en sneeuwval of bijvoorbeeld als het extreem lang regent. De uitkering gaat in na een aantal wachtdagen. Tijdens deze dagen betaalt u het loon van de werknemer door. Bij vorst, ijzel en gladheid zijn er 2 wachtdagen per winterseizoen (1 november tot en met 31 maart). Bij lange tijd regen zijn er 19 wachtdagen per kalenderjaar. Bij andere weersomstandigheden zijn er 2 wachtdagen per kalenderjaar.
Aanvraag
U dient uw aanvraag volgens een vaste procedure in. Ten eerste moet u elke dag dat het onwerkbaar weer is op diezelfde dag vóór 10.00 uur melden in het werkgeversportaal bij het UWV. U vult het aanvraagformulier in en laat dit controleren en ondertekenen door de werknemer die door het slechte weer niet kan werken. Daarna uploadt u het formulier via het werkgeversportaal. U vraagt de WW-uitkering aan na afloop van de kalenderweek waarin niet kon worden gewerkt. Er mag maximaal een half jaar zitten tussen de melding van onwerkbaar weer en de WW-aanvraag. De uitkering wordt binnen 6 weken na de aanvraag uitbetaald.
Voorwaarden
Aan de aanvraag zijn wel voorwaarden verbonden:
- u kunt de WW-uitkering alleen aanvragen als hierover afspraken zijn gemaakt in een cao;
- u heeft er alles aan gedaan om het werk door te laten gaan;
- de werknemer heeft alleen niet gewerkt vanwege het slechte weer;
- de werknemer werkt de hele dag niet en is niet aanwezig op de werkplek;
- de werknemer kan minimaal 5 uur per week niet werken;
- een werknemer met een contract van minder dan 10 uur per week kan minimaal de helft van zijn uren niet werken.
Tips voor elke belastingbetaler
Familielening als hulpmiddel bij woningaankoop van uw kind
Het is voor nieuwkomers op de woningmarkt moeilijk om een eigen woning te kopen. Wellicht overweegt u daarom om uw kind een handje te helpen. De schenkingsvrijstelling eigen woning (de jubelton) is niet meer mogelijk, maar u kunt nog wel een familielening verstrekken aan uw kind. Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. Zo moet het rentepercentage van de lening zakelijk zijn. Als richtlijn hiervoor gelden de gangbare hypotheekrentetarieven. Daarnaast zijn de leenvoorwaarden en het risicoprofiel van uw kind van belang voor het rentepercentage. Een optie kan ook zijn om de familielening te combineren met een banklening.
Neem ook andere aspecten mee bij de afweging om uw kind een lening te verstrekken. Denk aan de box-3-gevolgen voor uzelf en wat er met de lening in de toekomst moet gebeuren als u er mogelijk niet meer bent.
Tip
Met een familielening kunt u uw kind helpen bij de aankoop van een woning. Maar wilt u er zeker van zijn dat u daarbij alle relevante aspecten goed heeft meegewogen? Laat u dan bijstaan door een deskundig adviseur.
Meer kinderopvangtoeslag in 2027
De maximumuurprijzen voor kinderopvang worden in 2027 iets verhoogd. Deze bedragen dan € 11,60 (in 2026: € 11,23) voor dagopvang, € 10,31 (in 2026: € 9,98) voor buitenschoolse opvang en € 8,77 (in 2026: € 8,49) voor gastouderopvang. Per kind kunt u voor maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag krijgen. De hoogte van de kinderopvangtoeslag is afhankelijk van het toetsingsinkomen. De toetsingsinkomens worden – net als in 2026 – ook in 2027 verhoogd, zodat met name de middeninkomens weer meer kinderopvangtoeslag krijgen. In 2027 hebben werkende ouders tot een toetsingsinkomen van € 58.370 (in 2026: € 56.412) recht op het maximale vergoedingspercentage van 96% van de opvangkosten (tot maximumuurprijs). Vanaf 2027 geldt dit ook voor het eerste kind van werkende ouders met een toetsingsinkomen tot en met € 71.903. Daarnaast wordt het minimale vergoedingspercentage verhoogd van 36,5% tot 39,1% voor werkende ouders met een toetsingsinkomen vanaf € 179.459 (in 2026: € 165.658). Ook wordt het verschil tussen de vergoedingspercentages voor het eerste en het tweede en volgende kind weer kleiner.
Promovendi ook recht op kinderopvangtoeslag
Vanaf 2027 krijgen ouders die een traject volgen gericht op promotie of anderszins werkzaamheden verrichten voor onderzoek aan een instelling of academisch ziekenhuis ook recht op kinderopvangtoeslag. Het aantal uren kinderopvang dat voor de toeslag in aanmerking komt, is gelijk aan 230 uren vermenigvuldigd met het aantal maanden waarin de ouder of partner in dat jaar een traject volgt gericht op promotie of genoemd onderzoek.
Box-3-grondslag verlagen door tijdig aanslag aan te vragen
Bepaalde belastingschulden verminderen niet de rendementsgrondslag van box 3. Dit kunt u omzeilen door een voorlopige aanslag aan te vragen en deze voor het einde van het jaar te betalen. Op de peildatum van box 3 (1 januari) heeft het bedrag van de aanslag zo toch de box-3-grondslag verlaagd. Maar deze vlieger gaat niet op als de inspecteur de aanslag niet tijdig oplegt, waardoor u niet voor het einde van het jaar kunt betalen. Dat vindt de staatssecretaris niet rechtvaardig. Daarom keurt hij het volgende goed. Als u binnen acht weken voor het einde van het kalenderjaar (dat is 4 november 2026), schriftelijk om een (nadere) voorlopige aanslag verzoekt, wordt de desbetreffende belastingschuld al per 1 januari van het volgende kalenderjaar (peildatum) als betaald beschouwd bij de berekening van de box-3-grondslag. Dus ook als u de aanslag nog niet heeft betaald.
Laat uw testament tijdig updaten
Als u komt te overlijden, regelt de wet wie uw erfgenamen zijn en hoe uw nalatenschap onder hen wordt verdeeld. Wilt u hiervan afwijken, dan zult u een testament moeten laten opstellen. Heeft u dat al lang geleden laten doen? Dan is het verstandig om periodiek te onderzoeken of de inhoud nog steeds past bij uw wensen. Uw persoonlijke situatie kan immers door allerlei omstandigheden veranderen. Doet zich een dergelijke verandering voor en heeft u een testament laten opmaken, laat deze dan beoordelen en zo nodig aanpassen.
Codicil
Als u kleding, sieraden of inboedelgoederen wilt nalaten aan een specifieke persoon, kunt u dat ook regelen in een codicil. In dit document omschrijft u heel duidelijk om welk voorwerp of inboedelgoed het gaat en wie de persoon is, die het moet krijgen. Daarnaast moet het codicil handgeschreven en gedagtekend zijn. Let op: een codicil werkt niet als u een geldbedrag (legaat) wilt nalaten. Dat moet altijd worden vastgelegd in een testament.
Tip
Een nadeel van een codicil is dat het kwijt kan raken. Ook kan het in handen komen van iemand die niet gediend is van de inhoud ervan. Die persoon kan het codicil om die reden willen vernietigen. Zorg er daarom voor dat uw erfgenamen – en zeker uw executeur – weten dat u een codicil heeft gemaakt en waar het te vinden is.
Huurwoningen verduurzamen met SVOH-subsidie
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) maakte deze zomer bekend dat zij wettelijke minimumprestatie-eisen voor huurwoningen wil invoeren. Eigenaren van huurwoningen met een energielabel E, F of G moeten hun huurwoningen uiterlijk op 1 januari 2029 hebben verduurzaamd naar minimaal energielabel D. Verhuurt u een woning met een energielabel E, F of G en wilt u investeren in energiebesparende maatregelen om deze woning(en) (tijdig) te verduurzamen? Maak dan gebruik van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Naast voor verduurzamingsmaatregelen kunt u ook subsidie krijgen voor onderhoudsmaatregelen en de kosten van een maatwerkadvies. Een erkend bouw- of installatiebedrijf moet de werkzaamheden uitvoeren. Vraagt u voor € 25.000 of meer subsidie aan? Dan vraagt u deze al aan, voordat u begint met de verduurzamingswerkzaamheden. Vraagt u voor minder dan € 25.000 subsidie aan? Dan vraagt u deze aan binnen 24 maanden na de uitvoering van de verduurzamingswerkzaamheden. In dat geval moet u de investeringen dus voorfinancieren. De maximale subsidie bedraagt € 10.000 per huurwoning, of € 15.000 per woning inclusief een duurzame warmteoptie (warmtepomp of zonneboiler).
Monumentale huurwoningen
Verhuurt u een monumentale huurwoning en wilt u die verduurzamen? Dan kunt u gebruikmaken van SVOH: Monumentale huurwoningen. Hiervoor gelden andere voorwaarden en subsidiebedragen.
Uw woning moet dan de monumentenstatus hebben door een inschrijving bij het rijksmonumentenregister of een provinciaal of gemeentelijk erfgoedregister.
Start Europese handling fee
Sinds 1 juli 2026 is de vrijstelling voor producten uit niet-EU-landen tot € 150 afgeschaft en vervangen door een nieuwe tijdelijke (tot 1 juli 2028) heffing van invoerrechten. Dit moet de massale import van goedkope producten uit met name China ontmoedigen. U betaalt nu per productgroep € 3 invoerrechten voor kleine afstandsverkopen van maximaal € 150 van buiten de EU. Voor een pakketje met drie verschillende producten betaalt u dus al € 9 aan invoerrechten. Daar komt vanaf 1 november 2026 per productgroep nog eens € 2 Europese afhandelingsvergoeding (handling fee) bij. Deze vergoeding moet weliswaar worden afgedragen door importeurs en webwinkels die de douaneaangifte doen voor e-commercezendingen van buiten de EU, maar zij zullen dit doorberekenen aan hun klanten. De handling fee dient om de extra kosten van de Douane voor de afhandeling van de pakketjesstroom van buiten de EU af te dekken.



